Waarom en hoe?

Waarom en hoe?
Diactische verantwoording

Waarom- doelstellingen

De voorleesactiviteiten van Kiekeboek zijn net als andere leesbevorderings-activiteiten gericht op het vergroten van leesplezier. Plezier in lezen en interesse in boeken  zorgt voor een toename van lezen. Veel lezen levert een grote positieve bijdrage aan de ontwikkeling.  De kinderen moeten geprikkeld worden door de verhalen, geïnteresseerd worden in boeken, het leuk vinden, meer willen en gaan lezen.
Daarbij heb ik ervaren dat door de aanwezigheid van ouders bij mijn activiteiten, ook het voorleesplezier van ouders wordt vergroot: Ze ontdekken wat een leuke prentenboeken er zijn en doen kennis op over het belang of de wijze van interactief voorlezen.

ouders bij voorleesactiviteit

Alle leesbevorderingsactiviteiten hebben als doel het vergroten van het leesplezier.
Daarbij maak ik bij het ontwerpen van mijn activiteiten gebruik van mijn didactische kennis en ervaring als juf.  Dit omdat ik weet dat kinderen op deze wijze optimaal tot ontwikkeling komen en ik graag verhalenderwijs wil bijdragen in hun ontwikkeling.

Daardoor dragen mijn activiteiten bij aan:
1. De brede ontwikkeling van het kind:
de cognitieve, creatieve, sociaal-emotionele, zintuiglijke, motorische ontwikkeling.
2 Specifieke educatieve ontwikkelingsgebieden van bijvoorbeeld de talige ontwikkeling zoals:
a. de mondelinge taalvaardigheid,
b. woordenschat en semantiseren,
c. tussendoelen beginnende geletterdheid en verhaalbegrip
d. ontluikende geletterdheid en boekoriëntatie.
3. de tussendoelen vanuit de cultuureducatie op het gebied van receptief kunstaanbod met name de literatuureducatie en het receptief vermogen  als ook aspecten van het creërend en reflectief en analyserend vermogen.
4. Bijdragen aan kennis van cultureel erfgoed op literatuurgebied (Nijntje, Jip en Janneke)

 

Didactische principes:
Om deze doelstellingen te behalen houd ik bewust rekening met de wijze waarop kinderen optimaal leren/ ontwikkelen en hanteer ik de volgende didactische principes:
– De activiteiten sluiten aan bij de belevingswereld van het kind: eerdere ervaringen, voorkennis en niveau oftewel de beginsituatie
– De activiteiten zijn voor de kinderen betekenisvol. Alle activiteiten vinden plaats binnen de context waardoor de activiteiten betekenis krijgen, passend bij hun belevingswereld.
– Bij de activiteiten moet sprake zijn van een hoge betrokkenheid van de kinderen door:  een afwisseling in werkvormen, uitdagend visueel materiaal waar mogelijk zo realistisch mogelijk, actieve betrokkenheid door vormen van actief leren, aansluiten op het niveau van de kinderen, aangaan van persoonlijk contact, inspringen op wat kinderen zelf inbrengen.
– In mijn activiteiten maak ik gebruik van verschillende representaties van het verhaal. Het verhaal zal op verschillende manieren verbeeld worden en hierdoor voor de kinderen herhaald en beleefd worden.
Zo verandert het boek met verhaal in een beleving.

De bewuste keuze voor veelzijdige herhaling en verbreding zorgt allereerst voor  optimale betrokkenheid en veel plezier bij de kinderen. Daarnaast is het vooral een didactische overweging wat betreft:
woordenschatsemantiek,
veelzijdig kunnen ontdekken van het verhaal,
gevoeliger worden voor de taalstructuren,
opgang brengen van cognitieve denkprocessen / taal denkontwikkeling.
Ten derde sluit je aan op de verschillende leerstijlen/ meervoudige intelligentie van kinderen.

Bij de uitvoering van mijn activiteiten probeer ik op pedagogische wijze een veilige sfeer te creëren door persoonlijk aan te sluiten bij de kinderen en positief te begrenzen. Ik denk daarbij dat het mijn grootste kracht is dat ik de verbinding met kinderen weet te maken.

Dit is waarom ik ervan overtuigd ben dat mijn activiteiten verantwoord zijn.
Nu gaan we bekijken hoe dit er in praktijk uit komt te zien

Hoe – werkwijze

Een voorleesactiviteit van Kiekeboek verloopt via een vaste opbouw:
1. ontvangst persoonlijke begroeting met handpop/ personage uit het boek.
2.Pakkende inleiding waarbij:
– belangstelling van de kinderen wordt gewekt,
–  aangesloten bij voorkennis,
– context wordt gecreëerd.

3. Voorlezen van het prentenboek waar mogelijk vertellen bij verteltheater;  op interactieve wijze:
– De kinderen denken, doen, bewegen en roepen mee, voorspellen verloop verhaal

4. Het verhaal wordt uitgespeeld m.b.v. handpoppen, liedjes de kinderen denken, bewegen, zingen actief mee.

5. Bij het verhaal passende verwerkingsactiviteit met een specifieke actieve werkvorm in de context van het verhaal: zoals een dans, een spelletje, een liedje.

Optioneel is er aansluitend een knutselactiviteit en/ of kleurplaat die ze mee naar huis mogen nemen

6. De kinderen nemen afscheid van de personage en mogen hiermee op de foto.